Hadrianus spreekt


 

Kennis van het zelf

‘Gelijk iedereen, heb ik slechts drie middelen tot mijn dienst om het menselijk bestaan te taxeren: de studie van mijzelf, de moeilijkste en gevaarlijkste, maar tevens de vruchtbaarste methode; het waarnemen van de mensen, die het er meestal op aanleggen hun geheimen voor ons te verbergen of ons te doen geloven dat zij geheimen hebben; de boeken, met de speciale perspectieffouten die tussen hun regels ontstaan. (…)

 

Maar ze liegen, die boeken, en zelfs de oprechtste. De stunteligste houden van het leven, bij gebrek aan woorden en zinnen om het er in op te sluiten, een geesteloos en armzalig beeld vast.’ (p.25)


‘Onze grootste dwaling is dat wij uit ieder in het bijzonder de deugden trachten te halen die hij niet bezit, en het cultiveren van die welke hij wel bezit verwaarlozen.’ (p. 41)


Eros

‘Van al onze spelen is dit het enige dat onze ziel onderste boven kan keren, het enige ook waarin de speler zich wel aan de razernij van het lichaam moet overgeven. Het is niet noodzakelijk dat de drinker afstand doet van zijn rede, maar de minnaar die de zijne behoudt, volgt zijn god niet tot het einde toe. Overal elders bindt de onthouding of de overdaad slechts de mens alleen. (…) 

 

Aan het beminde lichaam genageld als een gekruisigde aan zijn kruis, heb ik van het leven enige geheimen geleerd die alreeds in mijn geest vervagen, door de werking van dezelfde wet die wil dat de genezen zieke zijn weg niet meer kan vinden in de geheimzinnige waarheden van zijn kwaal, dat de vrijgelaten gevangene de foltering en de ontnuchterde triomfator de glorie vergeet.’ (p.16-17)


‘Ik heb er wel eens van gedroomd een stelsel van menselijke kennis op te bouwen dat gebaseerd is op de erotiek, een theorie van de aanraking, waarin het mysterie en de waardigheid van anderen juist bestaan zouden in het aanbieden van het Ik van dit steunpunt in een andere wereld. In deze filosofie zou de wellust een meer complete, maar tevens meer gespecialiseerde vorm zijn van dit benaderen van de Ander, een nieuwe techniek in dienst van de kennis van hetgeen niet Ik is.

 

Bij de minst zinnelijke ontmoetingen is het alweer in de aanraking dat de aandoening zich voltrekt of geboren wordt: de ietwat weerzinwekkende hand van de oude vrouw die mij een smeekschrift aanbiedt, het klamme voorhoofd van mijn stervende vader, de uitgewassen wond van een gekwetste.’ (p. 18)


 Dood

 ‘Kleine ziel, tere en zwevende ziel, gezel van mijn lichaam, dat je gastheer was, je gaat nederdalen in bleke, harde en naakte oorden, waar je moet afzien van de spelen van weleer. Een ogenblik nog: laat ons samen de vertrouwde kusten schouwen, de dingen die wij stellig nooit zullen weerzien… Laat ons trachten met open ogen in de dood te treden…’ (p. 264)

 

(Uit: Hadrianus Gedenkschriften, Marguerite Yourcenar. Uitgegeven door Atheneum-Polak. Leest dat boek)

 


This entry was posted in vkblog and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *