De Wijngaard

(foto van http://www.flickr.com/photos/luc-mechelen/7029911311/)

Die hier komen in myn’ zalen
Mogen niemands kwaed verhalen,
Achterklappers, valsch gespuis
Moeten blyven uit myn huis.

Iedereen heeft zyn gebreken.
Wil dan van geen ander spreken;
Maer bedenk uw eigen kwaed
En leat elk in zynen staet.

Waren wy met liefde ontsteken
Wy bemerkten geen gebreken,
Noch geen anderliens misdaed,
Maer alleen ons eigen kwaed.

Wilt g’aen God en mensch behagen?
Help uw’ naestens lasten dragen;
Wilt gy vlieden menig zond?
Zyt voorzichtig in den mond.

Wilt gy ware rust en vreden?
Zoek de stilte en d’eenigheden;
Laet ’t u wezen groote pyn
Als gy moet by menschen zyn.

Hoort gy somtyds droeve maren
Vraegt dat god u zoude sparen.
Zyt te vreden met uw lot,
Zoek niet dan den wil van God.

(De Wijngaard te Brugge)

Filed in Uncategorized | Comment Now

Het Boze Oog

Het Boze Oog
 
De zon drong broeiend door de damp en duisternissen
Gods licht beef ongezien; de donder werd gehoord
Uit zee verscheen het oog, dat uit het ongewisse
De prooi vermoedde met de wellust van de moord.

 

Het licht heeft op het oog de tijd in kleur geweven
Daar stierf het avondrood en naderde het hart
De zee werd donkerblauw, de lucht azuur geschreven
De zomer groen en goed, de winter wit en zwart

 

En de eeuwen zijn geronnen tot de waan der wereld
Waarin een zin zich in gestalten openbaart.
God siddert in het licht, dat speels op de ogen paerelt
Terwijl zijn tragedie ons door de zielen vaart

 

Aanhanklijk kluit de klei om het verstokt gesteente,
Waarop het ruige woud zijn bloesems blozen laat
En innig gloeit het vlees en kleeft aan het gebeente,
Zoals de mythe bloeit in woorden, rijm en maat.

 

Het licht boetseerde uit golven slangen en reptielen,
Waarmee het water levend over land bewoog.
Hun huiden werden stug, gepantserd gaan hun zielen
En eeuwig loert de zee uit hun kwaadaardig oog.

 

De monsters tierden wulps bij de serene sterren.
De zee van ogen ging zich richten naar het licht
En in hun lenden wies het tij van God van verre,
Want zij weerspiegelden zijn rijzend aangezicht.

 

Nu wordt de grond bezield. Beweeglijk gaan haar kluiten
Hun grove wortels klauwen voorwaarts door de drek.
Tot zij zich razende om een ander wezen sluiten.
Dat sterft voor Gods idee in hun ongure bek.

 

Geslachten doemen op ten kam van gaan en komen.
De golf die hen verhief, ontgaat hun in de dood.
Zij zinken ademloos in Gods vergane dromen
En sterven uit de tijd zoals het avondrood

 

(Uit: Albert Besnard, Leegte en verlangen)
 

“Besnard, schreef ik in mijn inleiding bij Drama, heeft déze gespletenheid altijd ondergaan en beleefd: zich te moeten en te willen onderwerpen aan een dwingende fatale orde, waarbuiten geen heelal denkbaar is, maar dat het individu in de ongeremde uitleving van zijn animale instincten belemmert; én: in opstand te moeten en te willen komen vanuit een al even dwingend en fataal biologisch en wijsgerig verzetsinstinct tégen de wet en tegen de orde. Het is de oude verdeeldheid, niét van de geest tegen het vlees, maar van de rede tegen wat de rede te buiten en te boven gaat.”

(Pierre H. Dubois in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1972-1973)

Filed in Uncategorized | Comment Now

Cohen

It’s gonna be september now
for many years to come
Every heart adjusting
to that strict september drum
I see the ghost of culture
with numbers on his wrist
Salute some new conclusion
that all of us have missed

So let’s drink to when it’s over
and let’s drink to when we meet
I’ll be standing on the corner
where there used to be a street

(Leonard Cohen)

 

Filed in Uncategorized | Comment Now

On human dignity & the symbolic dimension of human life

Life in the complex, intense entanglement of human drives, social conditions and universal value consciousness is the core of a humanist worldview. The factual and normative dimensions of human existence are distinguishable, but not separable. Every action is an interpretation, and every interpretation will have practical consequences. The Renaissance humanists preceded us in this realization.

Characteristic of Renaissance humanists is their open, undogmatic attitude towards all sources of knowledge that were available in their time. (…) Renaissance humanism is more an attitude and a life style than an elaborated, systematic philosophy; it is more a philosophy of beauty than one of morality. Renaissance humanism, moreover, is profane and sacred: the relationship between the profane and the sacred is not a mutual opposition, but rather a complementary relationship. The visible and invisible reality are each other’s mirror image. (…) Man is the only creature, according to Mirandola, that is not definitely determined and formed, but can go its own way. That way can be full of beauty and compassion, but it can also be a way full of self-destruction and chaos.

We find the special position of man in the cosmos not only in Pico della Mirandola, but also in Buddhism and Christianity. Buddhism holds that man is the only being able to directly, thus without reincarnation, attain nirvana. Every other being, even a demon or a deity, must first become human before it can attain nirvana. Christianity sees man as created in the image of God, from which image he derives his exceptional value. From the preceding comparison, the question arises whether humanism is a specific world view amidst other world views, or whether it can better be interpreted as an undercurrent present in various world views, or perhaps both. These options do not necessarily exclude each other.

(…)

But dignity and self-determination, however essential, are insufficient if they lead to an anthropocentric world view; if they isolate man from nature and from the experience of the ‘wordless.’ Contrary to the humanism of the Renaissance, modern and postmodern humanism suffer from anthropocentrism to a great degree. In its preference for a scientific world picture and an autonomous, individual self-determination, 19th- and 20th- century humanism has lost the feeling for the inherent beauty of nature and the inexhaustible creative power of the human spirit. Humanists often seem to think that a profane, secular philosophy of life is irreconcilable with a sacred, spiritual philosophy of life.

Nothing is less true. Connectedness with nature and the ‘nameless’ does not have to imply that the laws and powers that we experience therein can only be understood as laws and powers strange to us. If we experience ourselves as part of nature, then the experience of the transcendental does not necessarily have to take on the form of an inaccessible being, a god or fate. If the experience of the transcendental puts us on track of the hidden coherence in the cosmos, angels and devils are no longer independent creatures, but symbolic products of our own consciousness. Then good and evil as extensions of those angels and devils are no longer external moral constants, but the result of the functioning of our consciousness, and with it, of our perception of reality.

To my mind, good and evil are real moral values, but solely as ‘modi,’ that is, as forms of human consciousness and behavior. Good and evil belong, just as demons and fairies, to the world of mental phenomena and subsequently to the world of observed oppositions. The oppositions observed by us fix themselves in our consciousness as factual oppositions, by which we lose sight of the fact that we ourselves are part of it. A teacher who understands this secret can be a good guide.

(Uit: Fons Elders, On human dignity 1992)

Filed in Uncategorized | 2 Comments

Je bent nooit alleen!

Filed in Uncategorized | 2 Comments

Is het niet vreemd dat het moderne leven van ons vraagt dat we voortdurend op onze tong bijten? Dat we veel van wat we zeggen maar inslikken vanwege de goede zeden, onze carierre of al dan niet welbwgrepen eigenbelang?

Beschaving produceert zijn tegendeel.

Het internet is een composthoop geworden voor onze gistende, onverteerbare haat en woede, uitgebraakt en geserveerd met een strikje erom, dit noemt men: weblog. Soms klontert het samen tot een collectief borrelende onderbuik: Geenstijl.

Filed in Uncategorized | Comment Now

 
Vanuit mijn sluimering spreek ik tot stenen steden
Die schor door ontzetting worden bezet
En waarin ik me tot de hals begeef
Zedeloos in de zoektocht naar vergeving

 

Van anderen die tam en kansloos
In segmenten van cirkels uitgloeien
Kan ik de langdurige stuiptrekking zien
Maar nooit de ademtocht overnemen

 

Want onder geselslag en kruistocht
Zijn het steeds de talmenden die vallen
Nimmer of zelden de bedachtzaam bedroefden
Die van uitmergeling het proefstuk verslaan

 

Binnen die wendingen en spiralen bevind ik mij
Weerloos, weersta aan het nijdig overwicht
Van laster, muiterij van het woord en oproer
Van wezens die afdruipen in het zwijgen

 

Het is kramp die ons verderkeilt, gedijt
In kamers en kuilen: dat de vrienden ons
Misleiden weten we, doch vaak verbant de droom
Het verband tussen altaar en schavot

 

Die kromzwaarden bevatten of een zegen
Docht waarop wij moeten evenaren de gedachte
En de groei die in spaanders van jaren
De hartslag verderslingert

 

(Uit: Junkieverdriet, Jotie T’Hooft)
Filed in Uncategorized | Comment Now

Moeder Medea

Cobi Schreijer (Amsterdam25 april 1922 – Laren1 december 2005) leidde in de jaren zestig in Haarlem de troubadours- en folkclub De WaagBoudewijn de GrootErnst JanszLenny KuhrAstrid Nijgh en Elly en Rikkert Zuiderveld begonnen daar hun loopbaan. Ook Joan Baez en een jeugdige Simon & Garfunkel traden er op.

Onlangs kwam een biografie uit over haar leven.

Zie ook Andere Tijden over de Waagscene.

Filed in Uncategorized | Comment Now

Glazen stilte

“Hoe lang zal ik hier moeten blijven, ik kan niet weten wat ik wil, en onder mij verstijven de glazen golven stil.”

Filed in Uncategorized | Comment Now

Ryoji Ikeda

httpv://www.youtube.com/watch?v=Y5NpIuEKtSU

Japanse videokunstenaar. A.s donderdag te bewonderen op Gogbot 2011, Enschede

Filed in Uncategorized | Comment Now