Wandelgang: gedichten

marsm03HEIMWEE

De tijden zijn zwart.

wij zijn eeuwen en eeuwen te laat geboren.

in een mantel gehuld, door een

engel op weerlichten doortocht verloren

en door het onuitroeibaar heimwee vervuld

den Koning te zien voor Wien ik had willen strijden,

schrijd ik naar den Dood

en die een krijgsman had willen zijn in de harstochtelijkste aller tijden,

moet nu in late verwilderde woorden gewagen

van eeuwen, die versomberden tot verhalen

– duister en vurig – van Kruistochten

en Kathedralen.

 

PHOENIX

Vlam in mij, laai weer op;
hart in mij, heb geduld
verdubbel het vertrouwen –
vogel in mij, laat zich opnieuw ontvouwen
de vleugelen, de nu nog moede en grauwe;
o, wiek nu op uit de verbrande takken
en laat den moed en uwe vaart niet zakken;
het nest is goed, maar het heelal is ruimer.

 

jotiefoto[1]PROEMIUM

Here, zonder naam en zonder gezicht
Zie vanuit den hoge
Op uw droeve eenhoorn neer
Die danig hunkert naar uw licht,

Die sierlijk door de wouden dwaalt
Maar bladeren geen voedsel vindt, die voor de poort der doden draalt,
Allen bladeren op uw wind.

Here, zonder handen zonder stem
Snij de lichtlans van zijn voorhoofd
En vang hem in uw stalen klem
Voor de wereld hem de glans ontrooft,

Lok hem langs de stapsteen sterven,
Niet als anderen domweg gedoofd
Maar rein, vrij van bederven
Langs de kruisweg waar hij in gelooft.

(Jotie T’Hooft)

Comments are closed.